Uitspraak
verblijvende te [verblijfplaats],
gevestigd te Warnsveld,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 juli 2022.
Hoge Raad
Betrokkene ontving verplichte zorg op grond van een rechtbankbeschikking en diende klachten in bij de klachtencommissie over medicatietoediening en overplaatsing. De klachtencommissie verklaarde de klachten gegrond en kende een schadevergoeding van €280 toe. Betrokkene verzocht bij de rechtbank om een hogere schadevergoeding van €3.750. De rechtbank vernietigde de klachtencommissiebeslissingen, verklaarde enkele klachten gegrond en wees het schadevergoedingsverzoek af.
Betrokkene stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte ook oordeelde over de klachtbeslissing die onherroepelijk was geworden na het verstrijken van de beroepstermijn. De Hoge Raad oordeelde dat de klachtencommissiebeslissing over de klacht en schadevergoeding als één samenhangende beslissing moet worden gezien en dat het beroep tijdig was ingesteld tegen de laatste beslissing over schadevergoeding.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechter in de beroepsprocedure over zowel de klacht als de schadevergoeding oordeelt en niet gebonden is aan de klachtencommissiebeslissing, tenzij partijen ondubbelzinnig aangeven dat zij geen rechterlijke beslissing wensen over bepaalde geschilpunten. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de rechtbank terecht oordeelde over de klachtencommissiebeslissing en het schadevergoedingsverzoek.