ECLI:NL:HR:2022:1059

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2022
Publicatiedatum
8 juli 2022
Zaaknummer
21/04223
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 Wetboek van StrafvorderingArt. 6 WVW 1994Art. 175 WVW 1994 (oud)Art. 179 WVW 1994
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie wegens ontbreken cassatiemiddelen in zaak dodelijk verkeersongeluk

De verdachte is in hoger beroep veroordeeld voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval in het centrum van Breda. Tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft de verdachte cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

Echter heeft de verdachte geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijke termijn, zoals vereist op grond van artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het arrest van het gerechtshof ongewijzigd blijft en de veroordeling van de verdachte in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/04223
Datum7 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 oktober 2021, nummer 20-001212-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juni 2022.