Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam betreffende een zedenzaak. De Hoge Raad beoordeelde twee cassatiemiddelen: de bewijsklacht over DNA-overdracht en de toepassing van vervangende hechtenis bij een schadevergoedingsmaatregel.
De klachten over het bewijs, waaronder de vraag of DNA in de lies van het slachtoffer indirect kon zijn overgedragen, werden verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het tweede cassatiemiddel betrof de toepassing van vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel. De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover vervangende hechtenis is toegepast en bepaalde dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, conform artikel 6:4:20 Sv Pro.
Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee verduidelijkt de Hoge Raad de rechtspositie van verdachten bij de uitvoering van schadevergoedingsmaatregelen en de toepasselijke dwangmiddelen.
Uitkomst: Vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregel vernietigd; gijzeling van gelijke duur toegestaan.