Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1074

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2022
Publicatiedatum
8 juli 2022
Zaaknummer
20/03447
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225.1 SrArt. 326.1 SrArt. 420bis.1.b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onbegrijpelijke motivering over begrip jaarinkomen bij medeplegen valsheid in geschrift en oplichting

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin de verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, oplichting en witwassen. De kern van het geschil ligt in de interpretatie van het begrip 'jaarinkomen' in een inkomensverklaring die valselijk werd opgemaakt om een hypothecaire lening te verkrijgen.

De verdediging stelde dat het begrip 'jaarinkomen' niet uitsluitend betrekking heeft op inkomen uit arbeid, maar het hof motiveerde dat het enkel om inkomen uit arbeid ging. De advocaat-generaal concludeerde dat deze motivering onbegrijpelijk was omdat de inkomensverklaring expliciet de mogelijkheid openlaat om ook inkomen uit vermogen mee te tellen.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest voor zover het oordeel van de Hoge Raad onderworpen is aan deze motivering. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling. Het beroep is niet gericht tegen de vrijspraak van bepaalde tenlasteleggingen en het overige cassatieberoep wordt verworpen.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onbegrijpelijke motivering over jaarinkomen en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03447
Datum12 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 oktober 2020, nummer 20-002456-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte.
Volgens de daarvan opgemaakte akte is – zo begrijpt de Hoge Raad – het beroep niet gericht tegen de vrijspraak van (i) het onder 3 impliciet primair tenlastegelegde gewoontewitwassen, (ii) het onder 3 impliciet subsidiair tenlastegelegde witwassen na het tweede en het derde gedachtestreepje en (iii) het onder 4 tenlastegelegde.
Namens de verdachte heeft A.A. Franken, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof de afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging dat het in de inkomensverklaring genoemde begrip ”jaarinkomen” niet uitsluitend betrekking heeft op inkomen uit arbeid, onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt in zoverre. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 27 – 40.

3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het eerste cassatiemiddel en het restant van het tweede cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen zoals hiervoor onder 1 is weergegeven;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 juli 2022.