Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
12 juli 2022.
Hoge Raad
In deze zaak betreft het een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor poging tot doodslag door in 2021 in Zwartsluis een ander meermalen met een mes te hebben gestoken.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had eerder een arrest gewezen waarin de verdachte werd veroordeeld. De verdachte stelde zelf het cassatieberoep in, maar er werden geen cassatiemiddelen door een advocaat ingediend binnen de wettelijke termijn.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep en constateerde dat de wettelijke vereiste om binnen de termijn cassatiemiddelen in te dienen niet was nageleefd. Hierdoor kon de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk behandelen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. Dit arrest werd gewezen door raadsheer C. Caminada en uitgesproken in openbare terechtzitting op 12 juli 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen binnen de wettelijke termijn.