ECLI:NL:HR:2022:1115

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2022
Publicatiedatum
29 juli 2022
Zaaknummer
21/01154
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 284 lid 1 sub 2 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie wegens poging tot dwingen ontslag door bedreiging met smaad

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor poging tot het dwingen van een stagiair om ontslag te nemen bij een beveiligingsbedrijf door middel van bedreiging met smaad, zoals bedoeld in artikel 284 lid 1 sub Pro 2 Sr.

De verdediging voerde onder meer aan dat het hof zich ambtshalve had moeten uitlaten over het klachtvereiste en dat er een ernstig en rechtstreeks vermoeden bestond dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk was. Tevens werd een bewijsklacht ingediend over de redelijkheid van een brief als bewijsstuk.

De Hoge Raad oordeelde dat het niet nodig was dat het hof zich ambtshalve over het klachtvereiste uitliet, ook al had de raadsman geen verweer gevoerd, en dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad hoefde geen motivering te geven omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep werd dan ook verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01154
Datum13 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 maart 2021, nummer 22-003553-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.S. Nan en N. Gonzalez Bos, beiden advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman Nan heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 september 2022.