Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
4 oktober 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd de verdachte veroordeeld voor medeplegen van uitvoer van MDMA en voorbereidingshandelingen voor uitvoer van heroïne. De verdediging stelde dat de Koninklijke Marechaussee (KMar) onrechtmatig had gehandeld omdat zij buiten haar politietaken zou zijn opgetreden, wat zou leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of bewijsuitsluiting.
De Hoge Raad heeft dit verweer onderzocht aan de hand van artikel 141 Sv Pro en artikel 4 van Pro de Politiewet 2012. Hoewel de KMar een beperkter takenpakket heeft dan de politie, is zij op grond van artikel 4 lid 4 Politiewet Pro 2012 bevoegd tot opsporing van alle strafbare feiten, ook buiten haar politietaken. Dit is bevestigd door de wetsgeschiedenis die verduidelijkt dat de opsporingsbevoegdheid niet beperkt is tot de politietaken.
De Hoge Raad oordeelt dat opsporing door de KMar buiten haar politietaken niet onrechtmatig is en dat het verweer van de verdediging berust op een onjuiste rechtsopvatting. Het beroep in cassatie wordt daarom verworpen en de uitspraak van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; de opsporing door de Koninklijke Marechaussee was rechtmatig.