ECLI:NL:HR:2022:1162
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wegingsfactor 0,25 bij proceskostenveroordeling in parkeerbelastingzaak
Belanghebbende kreeg van de gemeente Amsterdam een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Na bezwaar en beroep werd het hoger beroep gegrond verklaard door het Hof Amsterdam, dat de eerdere uitspraken vernietigde en de zaak terugwees naar de heffingsambtenaar voor herbeoordeling.
Het hof veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten, waarbij een wegingsfactor van 0,25 werd toegepast. Belanghebbende stelde in cassatie dat het hof onterecht de kosten van het bezwaar had toegewezen en dat de wegingsfactor zonder nadere motivering niet mocht worden verlaagd van de standaardwaarde 1.
De Hoge Raad oordeelde dat het bezwaar tot kostenvergoeding terecht was, omdat het hof het bezwaar niet definitief had afgewezen. Verder bevestigde de Hoge Raad dat de wegingsfactor niet uitsluitend gebaseerd is op de complexiteit van de zaak, maar ook op het belang dat met het rechtsmiddel is gemoeid. De beslissing van het hof was niet onbegrijpelijk en de klachten faalden. De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde partijen niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de wegingsfactor 0,25 bij proceskostenveroordeling.