Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1187

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2022
Publicatiedatum
9 september 2022
Zaaknummer
20/04245
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 138 SrArt. 350 SrArt. 22c SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak taakstraf bij meerdaadse samenloop

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 december 2020, waarin verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren voor mishandeling, huisvredebreuk en vernieling. In een samenhangende zaak werd aan dezelfde verdachte een taakstraf van 200 uren opgelegd. De vraag was of de strafoplegging in strijd was met de ratio van artikel 22c lid 2 Sr, dat het maximum van de taakstraf bij meerdaadse samenloop regelt.

De verdediging stelde dat de cumulatie van taakstraffen in twee gelijktijdig behandelde zaken tot een onredelijke strafoplegging leidde. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, mede omdat de zaak geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatte.

Het arrest werd op 13 september 2022 gewezen door de vice-president J. de Hullu, voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens. Het beroep werd verworpen, waarmee de taakstraffen ongewijzigd bleven.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de taakstraffen van 100 en 200 uren in twee niet-gevoegde zaken.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04245
Datum13 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 4 december 2020, nummer 21-005318-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. de Haan, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 september 2022.