ECLI:NL:HR:2022:1202

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 september 2022
Publicatiedatum
12 september 2022
Zaaknummer
21/01914
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 8.3.a WVW 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering bij rijden onder invloed

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte werd veroordeeld voor rijden onder invloed van alcohol. De verdachte stelde dat het ademalcoholgehalte was veroorzaakt door alcoholgebruik ná het besturen van het voertuig, een standpunt dat door het hof niet gemotiveerd werd weerlegd.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak, omdat het hof niet in het bijzonder de redenen had opgegeven voor de afwijking van het door de verdediging uitdrukkelijk onderbouwde standpunt. De Hoge Raad volgde deze conclusie en oordeelde dat het cassatiemiddel slaagt.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en wees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening. Dit arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 27 september 2022.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01914
Datum27 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 april 2021, nummer 22-004939-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof in strijd met de tweede volzin van het tweede lid van artikel 359 van Pro het Wetboek van Strafvordering niet in het bijzonder de redenen heeft opgegeven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over het gebruik door de verdachte van alcoholhoudende drank na het besturen van het voertuig.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 8.

3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 september 2022.