Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
f35.600. Het arrest houdt onder meer het volgende in:
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
4 oktober 2022.
Hoge Raad
De betrokkene werd in hoger beroep veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op 35.600 gulden. Het hof baseerde de schatting op een financieel verslag, maar vermeldde niet de inhoud van de bewijsmiddelen waarop deze schatting was gebaseerd.
De raadsvrouw van de betrokkene verzocht op grond van het Procesreglement Hoge Raad om toezending van deze bewijsmiddelen, maar deze werden niet bij het arrest gevoegd. Een brief van de griffier bevestigde dat het arrest niet was aangevuld met de bewijsmiddelen.
De Hoge Raad oordeelde dat dit een schending van het procesrecht inhoudt, omdat het ontbreken van de bewijsmiddelen de toetsing van de schatting onmogelijk maakt. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting.
Andere cassatiemiddelen werden niet ontvankelijk verklaard of niet behandeld omdat ze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 4 oktober 2022.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.