ECLI:NL:HR:2022:1347
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2012
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 oktober 2021, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag betreffende een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2012, een boetebeschikking en een beschikking inzake belastingrente heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Gezien de inhoud van de klachten heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.