ECLI:NL:HR:2022:139
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 9 februari 2021 inzake het verzet tegen een uitspraak over een verzoek om kwijtschelding van gemeentelijke belastingen over het jaar 2019.
De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen betreffen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is op 4 februari 2022 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad, zittende in de samenstelling met vice-president R.J. Koopman als voorzitter en raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en M.T. Boerlage.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank Gelderland blijft in stand.