ECLI:NL:HR:2022:1397
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland betreffende een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2014. Het Gerechtshof Amsterdam heeft deze uitspraak bevestigd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het middel geen vragen bevatte die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken op 7 oktober 2022 door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.