Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
7 oktober 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een zorgmachtiging kan worden verleend zonder de bevindingen van de geneesheer-directeur zoals vereist in art. 5:15 lid 2 Wvggz Pro. Betrokkene had een zorgmachtiging tot 23 maart 2022 en de officier van justitie verzocht om een aansluitende machtiging voor twaalf maanden. Hoewel in het verzoekschrift werd vermeld dat bevindingen van de geneesheer-directeur waren ontvangen, werden deze niet overgelegd.
De rechtbank Amsterdam verleende desalniettemin de zorgmachtiging tot 25 februari 2023, gebaseerd op het zorgplan, het advies van de geneesheer-directeur en mondelinge behandeling. Betrokkene stelde in cassatie dat de machtiging onrechtmatig was omdat de noodzakelijke bevindingen ontbraken.
De Hoge Raad overwoog dat het wettelijk stelsel vereist dat de officier van justitie bij het verzoekschrift de bevindingen van de geneesheer-directeur voegt, omdat deze het zorginhoudelijke deel voorbereidt en de rechter een volledig dossier moet krijgen. Het ontbreken van deze bevindingen maakt het verlenen van een zorgmachtiging niet mogelijk.
Daarom vernietigde de Hoge Raad de beschikking van de rechtbank Amsterdam en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing met een volledig dossier.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot verlening van de zorgmachtiging wegens het ontbreken van de bevindingen van de geneesheer-directeur en verwijst de zaak terug.