ECLI:NL:HR:2022:141
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Rechtbank inzake vergoeding immateriële schade en proceskosten bij overschrijding redelijke termijn
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag op verzet, waarbij de heffingsambtenaar was veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad heeft de klachten in het principale beroep gegrond verklaard, mede op basis van de motivering in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2022:42). Het incidentele beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de Rechtbank op verzet uitsluitend voor zover deze de veroordeling van de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten betreft.
De Hoge Raad acht het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel over het incidentele beroep te geven, omdat dit niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Er is geen aanleiding om de proceskosten aan de zijde van de Hoge Raad toe te wijzen. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de Rechtbank op verzet voor zover deze de veroordeling van de heffingsambtenaar tot vergoeding van immateriële schade en proceskosten betreft.