Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 februari 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep, zoals bedoeld in artikel 3.C van de Opiumwet. De verdachte stelde in cassatie dat een ander dan hijzelf verantwoordelijk was voor de aanwezigheid van de hennep. Het hof verwierp dit verweer en bevestigde de veroordeling.
De verdachte stelde een cassatiemiddel in via zijn advocaten, waarin hij klaagde over de uitspraak van het hof. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft op grond van artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie besloten geen nadere motivering te geven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep in cassatie is derhalve verworpen.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 8 februari 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.