ECLI:NL:HR:2022:1452
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2021, dat betrekking had op een verzoek tot herziening van eerdere uitspraken van dat hof. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij ook het advies van de procureur-generaal betrokken.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is op 14 oktober 2022 uitgesproken door de Hoge Raad, waarbij de raadsheren Wortel, Cools en van der Voort Maarschalk betrokken waren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere motivering.