Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure
Wat betreft de naheffingsaanslagen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente leidt dit niet tot toekenning van een vergoeding voor immateriële schade omdat belanghebbende daarom niet heeft verzocht.
Wat betreft de boetebeschikkingengeldt het volgende. De overschrijding van de redelijke termijn bedraagt minder dan zes maanden. Elk van de boetes beloopt meer dan € 1.000. De Hoge Raad ziet om die reden aanleiding om aan de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase gevolgen te verbinden en zal de boetes verder verminderen met 5 procent [2] tot € 12.401 respectievelijk € 4.551.