ECLI:NL:HR:2022:146

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2022
Publicatiedatum
4 februari 2022
Zaaknummer
20/03333
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt

De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) werd toegewezen. Het betrof voordeel behaald uit hennepteelt.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de betrokkene beoordeeld, dat zich richtte op de vaststelling van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de motivering van de oplegging van de ontnemingsmaatregel. De klachten konden echter niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Hiermee blijft het hofarrest in stand waarin de ontnemingsmaatregel is bevestigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 8 februari 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03333 P
Datum8 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 13 oktober 2020, nummer 20-002352-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 februari 2022.