ECLI:NL:HR:2022:1489
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak 2017
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2017, inclusief de beschikking inzake belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag volgde hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag, dat op 14 december 2021 uitspraak deed. Belanghebbende wendde zich vervolgens tot de Hoge Raad met een cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het cassatieberoep is geoordeeld dat het beroep duidelijk niet kan slagen. Daarom is het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Er is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 21 oktober 2022 in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.