AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad bevestigt oordeel hof over uitleg en vervulling opschortende voorwaarde in koopovereenkomst
In deze zaak stond de uitleg en vervulling van een opschortende voorwaarde in een koopovereenkomst centraal. De apotheek stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden, dat eerder de uitleg van de overeenkomst en de vervulling van de voorwaarde had beoordeeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van de apotheek over het arrest van het hof onderzocht, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij was het niet nodig om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van de wederpartijen behoeft daardoor geen behandeling. De Hoge Raad veroordeelt de apotheek in de kosten van het cassatiegeding.
De uitspraak bevestigt de rechtsgeldigheid van de uitleg en toepassing van opschortende voorwaarden in koopovereenkomsten zoals door het hof gehanteerd, en benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van motiveringsklachten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de apotheek wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/01888
Datum21 oktober 2022
ARREST
In de zaak van
[de apotheek] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [de apotheek],
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, eisers in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/442687/HA ZA 17-585 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 september 2017 en 31 januari 2018;
de arresten in de zaak 200.244.754 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2020 en 2 februari 2021.
[de apotheek] heeft tegen het arrest van het hof van 2 februari 2021 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [de apotheek] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt [de apotheek] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de apotheek] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, A.E.B. ter Heide en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 21 oktober 2022.