ECLI:NL:HR:2022:15
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt pseudo-eindheffing hoog loon bij aandelentoekenning door concernvennootschap
Belanghebbende, een dochteronderneming van een beursgenoteerde vennootschap, had aan haar managers aandelen toegekend via een andere vennootschap binnen het concern, de LLC. Deze aandelen waren toegekend voor een symbolisch bedrag en hadden een totale waarde van €20 miljoen. Belanghebbende had loonheffing op aangifte betaald, maar geen pseudo-eindheffing hoog loon volgens artikel 32bd Wet LB 1964.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op voor de pseudo-eindheffing hoog loon. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat belanghebbende inhoudingsplichtig was en de pseudo-eindheffing verschuldigd was, omdat het voordeel uit de aandelentoekenning gelijkgesteld moest worden met eigen loon, ondanks dat de LLC geen dochtermaatschappij was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel. Zij stelde dat indien een werknemer een voordeel van een derde geniet, loonbelasting alleen verschuldigd is als het voordeel wordt verstrekt in opdracht en voor rekening van de werkgever of binnen het concern met medeweten van de werkgever. Het Hof mocht het verband tussen LLC en belanghebbende beoordelen op basis van de feitelijke situatie, waarbij de gezamenlijke oprichting en het meerderheidsbelang van de fondsen in belanghebbende relevant waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verklaarde het ongegrond. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest bevestigt dat pseudo-eindheffing hoog loon ook kan gelden bij toekenning door een andere concernvennootschap die niet als dochtermaatschappij kwalificeert.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende pseudo-eindheffing hoog loon verschuldigd is over de aandelentoekenning.