ECLI:NL:HR:2022:1521
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk inzake inkomstenbelasting 2015
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft deze zaak behandeld en een uitspraak gedaan. Vervolgens heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende onderzocht en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Daarom is besloten het beroep zonder verdere inhoudelijke motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende op te leggen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en op 21 oktober 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.