ECLI:NL:HR:2022:1525
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam inzake een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Het geschil betreft de waardering van onroerende zaken en de toepassing van de relevante fiscale regelgeving door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het cassatieberoep is derhalve ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd.