ECLI:NL:HR:2022:153

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 februari 2022
Publicatiedatum
7 februari 2022
Zaaknummer
20/00571
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 310 SrArt. 588.1.a Sv (oud)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid betekening dagvaarding in hoger beroep wegens detentie verdachte

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep. De verdachte was ten tijde van de poging tot uitreiking van de dagvaarding in Nederland gedetineerd. Volgens het oude art. 588.1.a Sv had de dagvaarding persoonlijk aan de verdachte moeten worden uitgereikt.

Het gerechtshof had geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend nadat deze na een vergeefse aanbieding op het BRP-adres aan de griffier was uitgereikt. De Hoge Raad oordeelt echter dat dit niet juist is, omdat de verdachte uit anderen hoofde in detentie was en de dagvaarding dus niet op de juiste wijze is betekend.

De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest van het hof, verklaart de betekening van de dagvaarding nietig en wijst daarmee het cassatiemiddel van de verdachte toe.

Uitkomst: De betekening van de dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens niet-persoonlijke uitreiking aan een gedetineerde verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/00571
Datum8 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 december 2019, nummer 22-001522-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend (uitgereikt).
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de dagvaarding in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 februari 2022.