Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
8 februari 2022.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de geldigheid van de betekening van de dagvaarding in hoger beroep. De verdachte was ten tijde van de poging tot uitreiking van de dagvaarding in Nederland gedetineerd. Volgens het oude art. 588.1.a Sv had de dagvaarding persoonlijk aan de verdachte moeten worden uitgereikt.
Het gerechtshof had geoordeeld dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend nadat deze na een vergeefse aanbieding op het BRP-adres aan de griffier was uitgereikt. De Hoge Raad oordeelt echter dat dit niet juist is, omdat de verdachte uit anderen hoofde in detentie was en de dagvaarding dus niet op de juiste wijze is betekend.
De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest van het hof en tot nietigverklaring van de dagvaarding in hoger beroep. De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt het arrest van het hof, verklaart de betekening van de dagvaarding nietig en wijst daarmee het cassatiemiddel van de verdachte toe.
Uitkomst: De betekening van de dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens niet-persoonlijke uitreiking aan een gedetineerde verdachte.