ECLI:NL:HR:2022:1533
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Amsterdam inzake Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam betreffende een verzoek om een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten nader te motiveren, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam is bekrachtigd.