ECLI:NL:HR:2022:1541
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft in een procedure tegen de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Voor het indienen van het cassatieberoep moest griffierecht worden betaald. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, maar heeft geen verklaring omtrent afwezigheid van vermogen binnen de gestelde termijn ingediend.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen geïnformeerd en in de gelegenheid gesteld om alsnog een verklaring te overleggen of het griffierecht te voldoen. Ondanks een aangetekende brief en digitale berichten is het griffierecht niet betaald. De door belanghebbende ingediende verklaring bood geen grond om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en sprak het arrest uit op 28 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.