ECLI:NL:HR:2022:1552
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in belastingzaak over kosten van vervolging
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, die op zijn beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland betreffende kosten van vervolging in een belastingrechtelijke procedure.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gelet op de inhoud van de klachten en de juridische gronden heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Daarom heeft de Hoge Raad gebruikgemaakt van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan belanghebbende op te leggen.
Het arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.