ECLI:NL:HR:2022:1554
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2014
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 1 februari 2022, waarin het hof het hoger beroep van de inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2014 behandelde.
De Hoge Raad heeft het ingediende middel van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat dit middel niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het middel geen vragen opriep die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk op 28 oktober 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.