Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
1 november 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor diefstal van een set ratelsteeksleutels op 19 september 2018 te Rijssen. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op drie bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van aangifte en bevindingen van verbalisanten.
De verdediging voerde in cassatie aan dat het hof onterecht volstond met een loutere opgave van bewijsmiddelen zonder de redengevende feiten en omstandigheden daarvan voldoende te motiveren, terwijl de raadsman vrijspraak had bepleit. De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad tekort was geschoten in de motivering van de bewezenverklaring, met name ten aanzien van bewijsmiddelen 2 en 3.
Hoewel het hof niet had volstaan met alleen een opgave van bewijsmiddelen, maar ook de inhoud van de processen-verbaal als redengevende feiten had aangemerkt, ontbrak een toereikende motivering. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling.
De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep behoudens de constatering van overschrijding van de redelijke termijn. De uitspraak werd gedaan op 1 november 2022 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.