ECLI:NL:HR:2022:1598

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 november 2022
Publicatiedatum
8 november 2022
Zaaknummer
22/00465
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 437 lid 2 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep cassatie poging doodslag wegens ontbreken cassatiemiddelen

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor poging tot doodslag gepleegd in 2020 in Capelle aan den IJssel. Tegen dit arrest stelde verdachte beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Echter heeft verdachte geen cassatiemiddelen ingediend binnen de wettelijk voorgeschreven termijn, waardoor het beroep niet ontvankelijk is verklaard.

De Hoge Raad toetst in deze zaak niet de inhoudelijke gronden van het beroep, maar beperkt zich tot de ontvankelijkheid. Volgens artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering moet een advocaat namens verdachte tijdig schriftelijk de klachten indienen. Dit is niet gebeurd, waardoor de Hoge Raad het beroep niet in behandeling kan nemen.

De uitspraak werd gedaan door raadsheer C. Caminada, waarbij de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg aanwezig was. Het arrest bevestigt het belang van het naleven van procedurele termijnen in cassatiezaken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00465
Datum8 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 februari 2022, nummer 22-001787-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 november 2022.