Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1601

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
21/03878
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over bestuurdersaansprakelijkheid wegens misleidende obligatiebrochure

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag. De procedure betreft een civiel geschil over bestuurdersaansprakelijkheid wegens onjuiste en misleidende informatie verstrekt door een vennootschap in een brochure voor de uitgifte van obligaties.

Eiser vorderde in eerdere instanties schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW Pro). Het hof oordeelde dat de bestuurders aansprakelijk waren vanwege de misleidende informatie. De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet nader omdat het niet nodig is voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht (art. 81 lid 1 RO Pro).

De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding en bevestigt daarmee het oordeel van het hof. Hiermee blijft de aansprakelijkheid van de bestuurders gehandhaafd wegens de onjuiste en misleidende informatie in de obligatiebrochure.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03878
Datum11 november 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.W. de Jong,
tegen
1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3], wonende te [woonplaats],
4. [verweerder 4], wonende te [woonplaats],
5. [verweerder 5], wonende te [woonplaats],
6. [verweerder 6], wonende te [woonplaats],
7. [verweerder 7], wonende te [woonplaats],
8. [verweerder 8], wonende te [woonplaats],
9. [verweerder 9] B.V., [vestigingsplaats],
10. [verweerder 10], wonende te [woonplaats],
11. [verweerder 11], wonende te [woonplaats],
12. [verweerder 12], wonende te [woonplaats],
13. [verweerder 13], rechtsopvolger van [A],
wonende te [woonplaats],
14. [verweerder 14], wonende te [woonplaats],
15. [verweerder 15], wonende te [woonplaats],
16. [verweerder 16], wonende te [woonplaats],
17. [verweerder 17], wonende te [woonplaats],
18. [verweerder 18], wonende te [woonplaats], Duitsland,
19. [verweerder 19], wonende te [woonplaats],
20. [verweerder 20] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
21. [verweerder 21], wonende te [woonplaats],
22. [verweerder 22], wonende te [woonplaats],
23. [verweerder 23] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats],
24. [verweerder 24], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen,
en
25. [verweerder 25], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder 25],
advocaat: B.I. Kraaipoel,
en
26. [verweerder 26], wonende te [woonplaats],
27. [verweerder 27], wonende te [woonplaats], België,
28. [verweerder 28], wonende te [woonplaats],
29. [verweerder 29], wonende te [woonplaats],
30. [verweerder 30], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen,
verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30 gezamenlijk aan te duiden als: [verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30],

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
het vonnis in de zaak C/09/548616/HA ZA 18-219 van de rechtbank Den Haag van 22 januari 2020;
het arrest in de zaak 200.278.515/01 van het gerechtshof Den Haag van 15 juni 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30] hebben geen verweerschrift ingediend.
[verweerder 25] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerder 25] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1 t/m 24 en 26 t/m 30] begroot op nihil, en tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 25] begroot op € 2.177,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
11 november 2022.