ECLI:NL:HR:2022:1602

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2022
Publicatiedatum
10 november 2022
Zaaknummer
21/03899
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid producent voor off label antidepressivumgebruik bij jongeren

In deze zaak stond de aansprakelijkheid van GlaxoSmithKline B.V. centraal voor schade veroorzaakt door het gebruik van een antidepressivum dat off label was voorgeschreven aan een minderjarige. Eiser stelde dat de producent aansprakelijk was, terwijl het hof oordeelde dat slechts de voorschrijvend arts aansprakelijk kon worden gehouden.

Eiser stelde meerdere klachten in cassatie tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 juni 2021, waaronder dat het hof de devolutieve werking van het hoger beroep zou hebben miskend en dat sprake was van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen en de kosten van het geding aan eiser opgelegd. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere rechtspraak dat de producent niet aansprakelijk is voor schade door off label gebruik, maar dat de aansprakelijkheid bij de voorschrijvend arts ligt. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkheid voor schade door off label gebruik ligt bij de voorschrijvend arts, niet bij de producent.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/03899
Datum11 november 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,
tegen
GLAXOSMITHKLINE B.V.,
gevestigd te Zeist,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: GSK,
advocaten: F.E. Vermeulen en B.F.L.M. Schim.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak C/16/433825 / HA ZA 17-206 van de rechtbank Midden-Nederland van 13 september 2017 en 30 mei 2018;
de arresten in de zaak 200.249.882 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2020 en 15 juni 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 15 juni 2021 beroep in cassatie ingesteld.
GSK heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor GSK mede door F.H. Oosterloo.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van GSK begroot op € 916,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
11 november 2022.