ECLI:NL:HR:2022:1677
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Gerechtshof over naheffingsaanslagen omzetbelasting 2009-2013
Belanghebbende was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over naheffingsaanslagen omzetbelasting en bijbehorende heffings- en belastingrente over de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Na eerdere procedures bij de Rechtbank Den Haag en het Gerechtshof Amsterdam, waarbij het Hof het geschil behandelde conform een eerder arrest van de Hoge Raad, werd het beroep in cassatie ingesteld tegen het Hof-arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat de ingebrachte klachten van belanghebbende niet ontvankelijk waren omdat zij nieuwe gronden betroffen die buiten de cassatietermijn waren voorgesteld. De Hoge Raad ging aan deze klachten voorbij en vond geen aanleiding om het arrest van het Hof te vernietigen. Tevens werd geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of -eenheid.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Hiermee bleef het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam in stand dat de naheffingsaanslagen en rente terecht waren opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.