ECLI:NL:HR:2022:1683
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake overdrachtsbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Deze uitspraak betrof een hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland over een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen motivering gegeven, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Advocaat-Generaal had eerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.