ECLI:NL:HR:2022:1686

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2022
Publicatiedatum
16 november 2022
Zaaknummer
21/02508 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontnemingsvordering uit wederrechtelijk verkregen voordeel hennepteelt

De betrokkene werd in hoger beroep geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, specifiek verband houdend met opbrengsten uit hennepteelt. Hoewel hij in de strafzaak was veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennepplanten, werd hij vrijgesproken van het telen van hennep. De vraag was of er voldoende aanwijzingen waren dat hij voordeel had verkregen uit de hennepteelt, zoals vereist onder artikel 36e lid 2 Sr.

In cassatie stelde de betrokkene dat de ontnemingsvordering niet ontvankelijk moest worden verklaard of afgewezen, omdat de bewijsvoering onvoldoende was. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en dat het niet noodzakelijk was om de motivering nader toe te lichten, mede gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, waarbij het beroep werd verworpen. Hiermee blijft het hofarrest van 11 juni 2021 in stand, dat de ontnemingsvordering bevestigt ondanks de vrijspraak voor het telen van hennep.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontnemingsvordering uit wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02508 P
Datum15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 11 juni 2021, nummer 23-003328-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R.J. Wortelboer, advocaat te Den Helder, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 november 2022.