Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 december 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 januari 2021, waarin hij werd veroordeeld wegens het weigeren medewerking te verlenen aan een ademonderzoek op grond van artikel 163 lid 2 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
De procedure kende discussie over het verstek verlenen door het hof, omdat geen afschrift van de dagvaarding voor de terechtzitting in hoger beroep was verzonden naar het adres vermeld in de bijzondere volmacht tot het instellen van het hoger beroep, terwijl verdachte later zijn BRP-adres had gewijzigd.
De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep in cassatie is derhalve verworpen door de Hoge Raad op 13 december 2022, waarbij de uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens weigering medewerking aan ademonderzoek blijft gehandhaafd.