Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
13 december 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake mishandeling, waarbij verdachte putatief noodweer aanvoerde. De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten onvoldoende zijn om het hofarrest te vernietigen.
De Hoge Raad benadrukte dat het hof een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt had ingenomen over de geloofwaardigheid van de verklaringen van de aangever en getuige, hetgeen niet onredelijk was. Hierdoor was geen reden om het oordeel van het hof te verstoren.
De Hoge Raad vond het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel nader toe te lichten, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, tijdens een openbare terechtzitting op 13 december 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.