Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 26 februari 2021, waarin hij werd veroordeeld voor het opzettelijk verkopen, afleveren en vervoeren van cocaïne.
De verdediging stelde onder meer dat het hof ten onrechte uitging van medeplegen terwijl dit niet tenlastegelegd of bewezen was, en dat het hof in de strafmotivering een langere periode hanteerde dan tenlastegelegd en bewezen verklaard. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven.
Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, en uitgesproken op 13 december 2022.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Den Haag.