Uitspraak
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten,
wonende te [woonplaats] , Polen,
2.Uitgangspunten en feiten
insideraldaar gehoord dat er valse akten zijn opgesteld. Zij verwoordde die informatie als volgt op maart 2019 aan haar advocaat (bijlage 7):
You have to know that [advocaat A] told them to make that false agreement between [de getuige] and Springfield” en “
Did [advocaat A] encourage them to do so?” “
Yes” tasten de reputatie, eer en goede naam van [advocaat A] aan. Uit het samenstel van alle uitlatingen volgt immers dat [advocaat B1] [advocaat A] ervan beschuldigt dat hij zijn cliënten heeft aangezet tot het vervalsen van de geldleningsovereenkomst. Deze uitlatingen die zijn gedaan ter openbare zitting van de rechtbank zijn ernstig en onnodig grievend. Niet valt in te zien dat de uitlatingen van [advocaat B1] over [advocaat A] bijdroegen aan het debat over de vraag of Hampton en Faraday uit hoofde van geldlening een bedrag waren verschuldigd aan Springfield en [verweerder 3] nu daarvoor al bekend was dat partijen in de tegen elkaar gevoerde procedures elkaar over en weer beschuldigden van valsheid in geschrift. De toevoeging dat [advocaat A] daarbij betrokken was, heeft geen enkele betekenis gehad voor de inhoud van de zaak. (rov. 3.7)
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
4.Beoordeling van het middel
5.Beslissing
18 november 2022.