ECLI:NL:HR:2022:170
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over navorderingsaanslagen en boetebeschikking inkomstenbelasting 2011-2014
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over 2011 tot en met 2014, alsmede de daarbij behorende boetebeschikking en beschikkingen heffings- en belastingrente.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de Raad voor de Rechtspraak.
Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.