Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
13 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een 42-jarige verdachte die werd veroordeeld voor ontuchtige handelingen met zijn 12-jarige stiefdochter, gepleegd over een bewezenverklaarde periode. In hoger beroep werd onder meer de bewijsvoering over de meervoudige feiten aangevochten, waarbij het hof het bewijsminimum volgens art. 342.2 Sv toepaste, ondanks dat slechts één getuige aanwezig was (unus testis-regel).
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag, waarin hij werd veroordeeld. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging konden leiden en dat motivering niet noodzakelijk was omdat de vragen niet van belang zijn voor de rechtsontwikkeling.
Het arrest bevestigt de toepassing van het bewijsminimum bij meermalen gepleegde ontuchtige handelingen en gaat tevens in op de ingetrokken vordering van de benadeelde partij in hoger beroep. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest blijft in stand.