ECLI:NL:HR:2022:1727

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2022
Publicatiedatum
24 november 2022
Zaaknummer
21/01183
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt

De zaak betreft een cassatieberoep van de betrokkene tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De betrokkene werd verdacht van het verkrijgen van financieel voordeel uit hennepteelt.

In cassatie werden verschillende klachten ingebracht, waaronder de afwijzing van getuigenverzoeken die in hoger beroep waren gedaan. De Hoge Raad oordeelde dat de noodzaak tot het horen van de opgegeven getuigen onvoldoende was onderbouwd en dat het gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs toereikend was.

De Hoge Raad stelde vast dat uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid dat de betrokkene financieel voordeel had genoten uit het bewezen verklaarde handelen. De klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het beroep werd dan ook verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof in stand bleef.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01183 P
Datum29 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 maart 2021, nummer 21-005463-18, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.O.A.N. de Vries, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 november 2022.