Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1750

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2022
Publicatiedatum
24 november 2022
Zaaknummer
22/00771
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake sectorindeling werknemersverzekeringen

Belanghebbende, een besloten vennootschap, stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 januari 2022, waarin het hof de sectorindeling voor de werknemersverzekeringen zoals vastgesteld door de Staatssecretaris van Financiën op 24 mei 2020 werd bevestigd.

De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het hof kunnen leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten aan belanghebbende toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 25 november 2022, waarmee het beroep in cassatie ongegrond werd verklaard.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard, waardoor de uitspraak van het hof in stand blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/00771
Datum25 november 2022
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 januari 2022, nrs. 20/00749 tot en met 20/00751 [1] betreffende de op 24 mei 2020 aan belanghebbende gegeven beschikkingen sectorindeling voor de werknemersverzekeringen..

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door I. Elazizi-Et-Talabi, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2022.