Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
29 november 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens weigering mee te werken aan bloedonderzoek en het beledigen van twee politieambtenaren. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatieberoep in bij de Hoge Raad. Namens de verdachte werd een schriftuur ingediend.
De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en de procureur-generaal de gelegenheid gegeven een advies uit te brengen. Gezien het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal heeft de Hoge Raad op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie besloten het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Hiermee blijft het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 29 november 2022, waarbij de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend betrokken waren.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 80a RO.