Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
6 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen. De verdediging stelde onder meer dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens een onvolledig onderzoeksdossier, dat het hof innerlijk tegenstrijdig had geoordeeld door een gedraging te bewijzen waarvan verdachte vrijgesproken zou zijn, en dat sprake was van schending van het verbod op terugwerkende kracht.
De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij is ook ingegaan op de klacht over een vermeende onvolkomenheid bij de beëdiging van raadsheren, maar deze is in het licht van een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2022:1438) niet verder besproken.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad heeft het beroep uiteindelijk verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 6 december 2022, waarbij tevens de waarnemend griffier aanwezig was.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen gewoontewitwassen.