Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
6 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen en medeplegen van valsheid in geschrift. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de bewijsklachten omtrent de kwalificatie van bronfinancieringen als witwassen, het bewijs van opzet, en de toepassing van artikel 420ter.1 Sr. Tevens werd bezwaar gemaakt tegen de verbeurdverklaring van het recht van erfpacht en tegen een vermeende onvolkomenheid bij de beëdiging van raadsheren.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Ook de klacht over de beëdiging van raadsheren werd zonder nadere bespreking verworpen, conform een eerder arrest.
Het arrest van het hof blijft daarmee in stand. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtmatigheid van de bewezenverklaring en de opgelegde sancties. Het beroep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft ongewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen gewoontewitwassen en valsheid in geschrift.