Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1780

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
20/04123
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420ter.1 SrArt. 420bis.1.a SrArt. 420bis.1.b SrArt. 227b SrArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over feitelijke leiding medeplegen gewoontewitwassen en nalaten gegevensverstrekking

De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. De verdachte werd veroordeeld voor feitelijke leiding geven aan medeplegen van gewoontewitwassen door een rechtspersoon en het nalaten tijdig gegevens te verstrekken.

In cassatie werden verschillende klachten ingebracht, waaronder een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens een onvolledig onderzoeksdossier, bewijsklachten over het bestaan van een gewoontewitwaspraktijk, en klachten over het nalaten van tijdige gegevensverstrekking. Tevens werd een onvolkomenheid bij de beëdiging van één of meer raadsheren aangevoerd.

De Hoge Raad oordeelde dat geen van deze klachten aanleiding gaf tot vernietiging van het arrest. De klacht over de beëdiging van raadsheren behoeft geen nadere bespreking gelet op een eerder arrest. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro RO.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor medeplegen gewoontewitwassen en nalaten tijdig gegevens te verstrekken.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04123
Datum6 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, nummer 20-000266-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadslieden hebben – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv Pro bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 december 2022.