Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1783

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
20/04094
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 420ter.1 SrArt. 420bis.1.a SrArt. 420bis.1.b SrArt. 311.1.5 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen gewoontewitwassen en diefstal met valse sleutel

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen, diefstal met behulp van een valse sleutel en het meermalen nalaten tijdig gegevens te verstrekken.

De verdediging voerde meerdere cassatiemiddelen aan, waaronder een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens onvolledigheid van het onderzoeksdossier, diverse bewijsklachten over de bewezenverklaring van gewoontewitwassen, diefstal en het nalaten van tijdige gegevensverstrekking, alsmede een onvolkomenheid bij de beëdiging van raadsheren van het hof.

De Hoge Raad heeft alle klachten beoordeeld en geoordeeld dat geen van deze leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De klacht over de beëdiging van de raadsheren behoeft geen nadere bespreking vanwege een eerder arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro RO.

Hiermee blijft het arrest van het hof 's-Hertogenbosch ongewijzigd in stand en wordt het cassatieberoep van de verdachte afgewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04094
Datum6 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, nummer 20-000216-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadslieden hebben – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv Pro bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 december 2022.