Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
6 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen, diefstal met behulp van een valse sleutel en het meermalen nalaten tijdig gegevens te verstrekken.
De verdediging voerde meerdere cassatiemiddelen aan, waaronder een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens onvolledigheid van het onderzoeksdossier, diverse bewijsklachten over de bewezenverklaring van gewoontewitwassen, diefstal en het nalaten van tijdige gegevensverstrekking, alsmede een onvolkomenheid bij de beëdiging van raadsheren van het hof.
De Hoge Raad heeft alle klachten beoordeeld en geoordeeld dat geen van deze leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De klacht over de beëdiging van de raadsheren behoeft geen nadere bespreking vanwege een eerder arrest van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen zonder nadere motivering, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro RO.
Hiermee blijft het arrest van het hof 's-Hertogenbosch ongewijzigd in stand en wordt het cassatieberoep van de verdachte afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.